Kamerlid
De toekomst van folkloristische schutterijen
Frieda Gijbels (N-VA): Mijnheer de minister, ik heb u een paar weken geleden ook al een vraag gesteld over dat koninklijk besluit om voor de folkloristische schutterijen in een uitzondering te voorzien. Ik zou toch nog graag een vervolgvraag willen stellen, want zoals u weet zullen folkloristische schutterijen in principe voortaan een vergunning voor een springstoffenfabriek moeten bezitten. Dat blijkt tenminste uit een uitspraak van het Hof van Cassatie, waarin dat Hof stelt dat het herladen van munitie beschouwd moet worden als het verwerken van springstoffen. U zou daarvoor een oplossing kunnen voorzien mits een koninklijk besluit, waardoor deze traditie toch in stand kan worden gehouden. Wat is uw standpunt rond het nemen van zo'n koninklijk besluit? Bent u van plan om dat ook te nemen? Zo ja, wanneer zou dat zijn? Vanaf wanneer zou die uitzondering dan ook in werking treden? Zou het een impact hebben op het lopende schutterijseizoen? Zijn er eventueel overgangsmaatregelen mogelijk mocht dat het geval zijn?
Minister David Clarinval: Mevrouw Gijbels, ik ben me ervan bewust dat het koninklijke besluit van 23 september 1958 houdende het algemeen reglement betreffende springstoffen en de wet van 28 mei 1956 betreffende ontplofbare stoffen en mengsels een regelgevend kader vormen dat moeten worden georganiseerd. Mijn administratie maakt daar werk van. Een dergelijk proces neemt echter tijd in beslag omdat het een wijziging impliceert van de wet van 1956 en niet alleen van het koninklijke besluit dat er uitvoering aan geeft. Deze wijziging zou bovendien betrekking moeten hebben op meerdere aspecten waarover ook moet worden overlegd met de gewesten. Specifiek wat de kwestie betreft die u aanhaalt, namelijk die van de vergunning om munitie te vervaardigen, is er een uiteenlopende jurisprudentie ontstaan die soms indruist tegen de interpretatie van de FOD Economie. Het Hof van Cassatie heeft daarover echter een beslissing genomen in zijn arrest van 7 oktober 2025. Ik begrijp dat dit arrest zorgt voor ongerustheid bij de schutterijen en bij andere wapenbezitters die hun munitie zelf vervaardigen of herladen. Het gaat helemaal niet om een nieuwe interpretatie van de wet op de springstoffen en van artikel 6 van het besluit van 1958. Het ligt in lijn met de historische interpretatie van de FOD Economie die wordt toegelicht op zijn website. Ik hoop u echter gerust te stellen door te onderstrepen dat het huidige geldende kader de schutterijen niet verhindert hun activiteit voort te zetten. Particulieren kunnen immers een vergunning voor het vervaardigen van munitie verkrijgen, waarbij mijn administratie beperkte voorwaarden adviseert die gebaseerd zijn op het gezond verstand en waaraan dus gemakkelijk kan worden voldaan. Meerdere sportschutters hebben al een herlaadvergunning verkregen van de gouverneur. Niets verhindert leden van folkloristische verenigingen die tijdens het zomerseizoen traditionele schietingen organiseren om ook een vergunning voor het laden van munitie aan te vragen. De leden van deze verenigingen die zelf munitie laden, moeten wel een aanvraag indienen bij de provincie. Indien het laden in een lokaal van de folkloristische verenigingen gebeurt, kan de vereniging deze vergunning aanvragen. Ik nodig deze organisaties uit om rechtstreeks contact op te nemen met de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid van de FOD Economie voor meer informatie. Ik wil ook benadrukken dat het hebben van een vergunning nodig is voor de openbare veiligheid. Voor de veiligheid van de hulpdiensten is het essentieel dat de brandweer geïnformeerd is over de aanwezigheid van dit kruit. De vergunning zorgt ervoor dat de brandweer op de hoogte is van de opslag van kruit.
Frieda Gijbels (N-VA): Ik hoor dat er enerzijds nog veel werk is om de wet helemaal aan te passen, zodat alles ook sluitend is en iedereen helemaal zeker is, maar dat er ondertussen wel met het nodige gezond verstand wordt gekeken naar de situatie van de schutterijen, zodat zij ook de mogelijkheid hebben om individueel of als vereniging een aanvraag te doen bij de provincie om zeker in orde te zijn. Ik zal die boodschap zeker doorgeven, ook dat zij rechtstreeks contact kunnen opnemen met de FOD Economie om daar verdere informatie te krijgen. Ik hoor toch dat het al bij al geruststellend is dat de schutterijen ook verder kunnen gaan met hun activiteiten. Ze hebben dat uiteindelijk ook al eeuwenlang op een heel veilige manier georganiseerd. Ik kijk natuurlijk uit naar die vernieuwde wetgeving, maar ik zal de boodschap die u hier vandaag hebt gebracht ook doorgeven. Dank u wel.
Bekijk het fragment: https://media.dekamer.be/meeting/56-019254-U1350/fragment/PhYMMyWKM3VsmZ6ftFwUe-t2o-bxdS36w5bhoWyyTDTWRapftCzVhOHl-J5xDQxPUrM8v3f2ZTYaCASjJCv_k0KRWnrc0nR2YBpQaBjRdqU