Gijbels benadrukt dat eiceldonatie niet te vergelijken valt met de donatie van bloed of zaadcellen. “Om eicellen te doneren, moet een vrouw een intensief traject doorlopen. Dat start met een hormonale stimulatie via injecties gedurende meerdere weken en eindigt met een chirurgische ingreep om de eicellen weg te nemen.”
Volgens haar gaat het per definitie om jonge vrouwen, voor wie er altijd, al is het beperkt, een risico blijft bestaan voor hun eigen gezondheid en vruchtbaarheid. Daarom vindt ze dat eiceldonoren volledig, onafhankelijk en transparant geïnformeerd en begeleid moeten worden.
Druk van buitenaf
Gijbels wijst ook op de emotionele kant van het verhaal. Veel donoren handelen uit altruïsme, maar onderschatten volgens haar soms de impact van de procedure. Omdat eiceldonoren de wensouders vaak persoonlijk kennen, ontstaat er ook sneller emotionele druk. Dat maakt het moeilijker om niet aan het traject te beginnen of om er onderweg alsnog mee te stoppen.
Bovendien zijn eiceldonoren schaars, waardoor het ook voor fertiliteitscentra van belang is dat donoren doorzetten met de behandeling.
Het is dan ook noodzakelijk om in een aparte en versterkte procedure te voorzien voor eiceldonatie. Transparantie, geïnformeerde toestemming, nazorg en het vermijden van commerciële en emotionele druk zijn hierbij de fundamentele voorwaarden voor een ethisch verantwoorde eiceldonatie.
Nood aan wettelijk kader
Volgens Gijbels zijn de rechten en het welzijn van vrouwelijke donoren onvoldoende mee geëvolueerd met de snelle technologische vooruitgang in de fertiliteitssector.
Met haar wetsvoorstel wil Gijbels daarom een apart en versterkt beschermingskader invoeren. Dat moet onder meer zorgen voor een verplicht en onafhankelijk medisch opvolgingssysteem, duidelijke regels rond kostenvergoeding en schadeloosstelling bij complicaties, versterkte psychosociale begeleiding – ook na de donatie – en strengere controle op mogelijke belangenvermenging binnen fertiliteitscentra.
“België behoort medisch tot de wereldtop, maar de structurele bescherming van vrouwelijke donoren blijft achter. Dat moet beter”, besluit Gijbels.