Mondelinge vraag aan Minister De Backer m.b.t. groepsimmuniteit en de rol van antistoffentests

Door Frieda Gijbels op 3 juli 2020, over deze onderwerpen: coronavirus (SARS-CoV-2) en COVID-19, Volksgezondheid

03/07/2020

Geachte heer de minister​

Uit recent onderzoek blijkt dat antistoffen, die covid-patiënten tijdens een infectie met het nieuwe coronavirus aanmaken, twee tot drie maanden na hun herstel alweer uit hun bloed beginnen te verdwijnen.

Het is niet duidelijk of dit ook impact heeft op een (eventuele tijdelijke) immuniteit, maar het maakt het wel moeilijker om de verspreidingsgraad van het virus vast te stellen.

In dat kader heb ik volgende vragen:

  • Welke impact heeft de aanwezigheidsgraad van antistoffen op de maatregelen en exit strategie van de overheid?  Hebben antistoffentests nog een rol in het bepalen van de besmettingsgraad?
  • Welke impact heeft deze kennis op de testing strategie, met name op de bestellingen en aanwending van antistoffentests? Welke rol zullen antistoffentests nog spelen in de toekomst?
  • In welke mate wordt de rol van geheugencellen en T-cellen/killer-cellen momenteel onderzocht in de strijd tegen Covid19?  Welke rol zal dit spelen in de exit-strategie?
  • Zijn de mogelijkheden en capaciteit voorhanden om de aanwezigheid van dergelijke cellen door middel van pragmatische en/of snelle testen aan te tonen? Is hier reeds een plan van aanpak uitgestippeld?

 

Alvast bedankt voor uw antwoord.

 

 

14/07/2020, De Backer:

Er was ook nog de zeer technische vragen over de serologische tests van mevrouw Gijbels, die er even niet is. Ik heb vorige week in de regering al aangegeven dat inzake serologie er een heel sterk voortschrijdend inzicht is.

Eind maart april 2020 was men nog overtuigd dat serologie een heel belangrijke rol bij de exit kon spelen en dat massaal moest worden gedetecteerd. Nu blijkt vandaag echter dat het aanmaken van antistoffen bij verschillende patiënten heel variabel is en dat het niet altijd duidelijk is of het lichaam die antistoffen wel behoudt. Sommige studies van Sciensano geven aan dat die stoffen toch een aantal maanden aanwezig blijven. Andere studies spreken dat dan weer tegen.

Wij moeten dus goed in de gaten houden op welke manier serologie een rol kan blijven spelen. Ook wat precies wordt gedetecteerd en de manier waarop dat wordt gedetecteerd, dus het type tests, zal belangrijk worden. Gaat het over IgG, IgM, IgE of over de T-Cell responses? Daarover bestaan verschillende studies, waaronder metastudies, die Sciensano – ik probeer dit vanuit mijn achtergrond - nauwlettend opvolgt.

Van de resultaten zal heel sterk afhangen op welke manier serologie op een gegeven moment misschien opnieuw een plaats in de teststrategie zou kunnen krijgen. Vandaag speelt ze niet zozeer een rol in de individuele diagnostiek, hoewel bij Sciensano in de aanbevelingen heel duidelijk staat dat ze in sommige gevallen als een soort testrattrapage zouden kunnen functioneren en ze ook op die manier worden toegepast.

Wij hebben ons in ieder geval van voldoende serologische tests verzekerd, mochten de inzichten ter zake opnieuw veranderen.

 

Zie Integraal Verslag van de Commissie voor Gezondheid en Gelijke Kansen van woensdag 14/07/2020

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is