Mondelinge vraag over "De illegale uitoefening van de tandheelkunde"

Door Frieda Gijbels op 19 december 2019, over deze onderwerpen: deontologie, Tandheelkunde

Frieda Gijbels (N-VA): Mevrouw de minister, tandartsen die in België aan de slag willen, hebben, zoals u weet, een visum nodig om hun beroep te kunnen uitoefenen. Tandheelkundige diagnoses of behandelingsplanningen opstellen behoren volgens het KB van 1 juni 1934 tot de tandheelkundige beroepsuitoefening. Een Belgisch visum is hiervoor dus wettelijk nood­zakelijk. De laatste tijd zijn er echter praktijken bekend van buitenlandse tandartsen die potentiële patiënten ontvangen, onderzoeken en een behandelingsplan opstellen, zonder dat ze een dergelijk visum hebben. Hun bedoeling is om patiënten te ronselen om de behandeling te laten uitvoeren in het land van herkomst van de tandarts zonder visum.

Blijkbaar is het niet zo evident om deze praktijk op het spoor te komen. De Provinciale Genees­kundige Commissie (PGC) heeft slechts beperkte mogelijkheden en kan meestal pas optreden wanneer er ook een melding komt. Wanneer het dossier aan het parket wordt bezorgd, duurt het vaak lang vooraleer de praktijk daadwerkelijk gestopt kan worden. Bovendien worden degenen die de melding deden niet ingelicht over het resultaat van de actie.

- Hoeveel dossiers zijn er door de Provinciale Geneeskundige Commissie gemeld aan het parket en wanneer?

- Hoeveel en welke uitspraken zijn er in deze dossiers gedaan?

- Welke initiatieven hebt u al genomen om opsporing en melding van illegale uitoefening van de tandheelkunde te verbeteren?

- Is het mogelijk om de melder van de onwettelijke beroepsuitoefening als betrokken partij te beschouwen en zodoende ook in te lichten over het verloop van de dossiers bij de PGC en/of het parket?

 

Minister Maggie De Block: Dank u wel voor uw vraag. Mijn diensten en in het bijzonder de geneeskundige commissies op de hoogte zijn van de illegale uitoefening van de tandheelkunde, waaronder het stellen van diagnoses door personen die patiënten willen aantrekken. Die praktijk is vrij recent en vooral in Vlaanderen gesitueerd.

In 2019 werden twee dossiers gesignaleerd aan het parket in de provincie Antwerpen, een dossier in Limburg en een dossier in Vlaams-Brabant. Aan de Franstalige zijde werd geen enkele klacht geregistreerd en werd geen enkel dossier rond illegale uitoefening van de tandheelkunde aan het parket overgemaakt.

Ondanks de nauwe samenwerking met de parketten wat vervolging betreft, worden de Provinciale Geneeskundige Commissies niet op de hoogte gebracht van het verdere vervolg van deze dossiers. Die praktijken zijn erg discreet en vinden zeer gericht buiten elk administratief kader, buiten het kader van het RIZIV en buiten elk ziekenhuiskader om plaats en zijn enorm moeilijk om aan het licht te brengen.

Mijn diensten kunnen alleen onderzoek voeren op basis van klachten.

Mijn administratie heeft al gewerkt aan de verbetering van de zichtbaarheid van het kadaster van de gezondheidszorgbeoefenaars, dat voor alle patiënten toegankelijk is en waarin de patiënt kan nagaan of de gezondheidswerker waartoe hij of zij zich wendt wel over de nodige competenties en machtigingen beschikt.

Verder is er dankzij de wet op de kwaliteitsvolle praktijkvoering ook een wettelijke basis gelegd voor een register van zorgpraktijken. Artikel 42 van die wet stipuleert onder meer dat een gezondheidszorgbeoefenaar aan het directoraat-generaal Gezondheidszorg de volgende gegevens meedeelt: een algemene omschrijving van de gezondheidszorg die hij verstrekt, of die gezondheidszorg al dan niet in het kader van een samenwerking met andere gezondheidszorg­beoefenaars wordt verstrekt, en de locatie waar hij de bedoelde gezondheidszorg verstrekt. Ook dat register zal door het publiek kunnen worden geconsulteerd en beschikbaar zijn vanaf juli 2021.

Wie een geval van onwettige uitoefening aanmeldt bij de Provinciale Geneeskundige Commissie, zal enkel betrokken worden indien hij een bepaald belang kan aantonen. De parketten doen dat ook enkel in het kader van een burgerlijke partijstelling.

 

Frieda Gijbels (N-VA): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Het werk aan dat kadaster is inderdaad een goede zaak. Het is ook hoognodig om precies het aantal benodigde tandartsen en specialisten in de tandheelkunde te kunnen plannen en dat er tijdig kan worden bijgestuurd.

Daarnaast is het problematisch dat er geen orde van tandartsen bestaat waar tandartsen zich moeten inschrijven. Een orde van tandartsen kan toezicht uitoefenen op wie al dan niet wettig zijn of haar beroep uitoefent.

Het is goed dat patiënten gesensibiliseerd worden, maar als het register vanaf juli beschikbaar is, denk ik dat dit wel veel kan helpen in deze kwestie.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is