Mondelinge vraag: uitvalcijfers artsen-specialisten in opleiding

Door Frieda Gijbels op 12 februari 2020, over deze onderwerpen: Artsen, Gezondheidszorg

Frieda Gijbels: Artsen-specialisten vormen een essentiële schakel in onze gezondheidszorg.  Zij worden meestal geconsulteerd na verwijzing door een huisarts wanneer een gespecialiseerde aanpak vereist is.  Om het gewenste niveau van kennis en kunde met betrekking tot een specialistisch domein op te doen, is er een intensieve en vaak langdurende opleiding nodig.

Deze opleiding vindt voor het grootste deel plaats via stages in ziekenhuizen, waar de arts-specialist in opleiding meedraait op de werkvloer en van de stagemeester onderricht krijgt over de noodzakelijke bekwaamheden. De combinatie van leren en werken maakt dat er veel uren worden gepresteerd, en de opleiding legt veel druk op de arts-specialist in spe. Er zou dan ook sprake zijn van een substantiële uitval van artsen-specialisten in opleiding.

Bijkomend steunt de opleiding tot arts-specialist op een federaal en regionaal luik. Als arts valt een specialist in opleiding onder gezondheidszorg, federale materie, als specialist in opleiding valt de arts onder onderwijs, een gemeenschapsbevoegdheid. Het beheer van het statuut arts-specialist in opleiding op twee niveaus maakt de situatie er dus niet makkelijker op.

  1. Hoe groot is het aantal artsen in opleiding dat stopt tijdens de opleiding? Op welke wijze worden deze cijfers bijgehouden? 
  2. Hoe verloopt de doorstroom van de cijfers van de gemeenschappen naar het federale niveau? Ontvangt Volksgezondheid cijfers van de gemeenschappen? Waarom wel/niet?
  3. Welke initiatieven zal de minister nemen om de uitval in de opleiding tot arts-specialist terug te dringen?

 

Minister Maggie De Block: Mevrouw Gijbels, ik zal u de cijfers geven. Het is het uittreksel uit het kadaster tot 12 december 2019 over de evolutie van het aantal vrijwillige stopzettingen in stages voor specialismen ziekenhuisgeneeskunde. Dat is dus zonder de huisartsengeneeskunde en de niet-curatieve specialismen, zoals de arbeidsgeneesheren.

Wij zien dat de cijfers nog meevallen. Wij stellen vast dat voor de stages die in 2018 zijn begonnen, tot op heden negen stagiairs in opleiding hun stage hebben stopgezet, wat overeenkomt met 0,6 % van het aantal begonnen stages in 2018. U ziet dat die cijfers schommelen, maar dat ze de laatste vijf jaar dalen.

De Gemeenschappen zijn bevoegd voor het goedkeuren en valideren van de stageplannen van de artsen-specialisten in opleiding. Het stageplan is immers een instrument dat moet leiden tot de erkenning. Mijn bevoegdheid op dat vlak is dus onbestaande en ik heb die cijfers dan ook moeten opvragen aan de Gemeenschappen. Die cijfers worden bijgehouden bij de Gemeenschappen, in eCAD, in het kader van het beheer van de stageplannen.

De data worden gedeeld tussen het federale niveau en de deelstaten in het kader van een gezamenlijke applicatie voor het kadaster erkende gezondheidszorgberoepsbeoefenaars. Het kadaster wordt aangevuld door de verschillende partners volgens hun bevoegdheid en wordt op federaal niveau beheerd in het kader van het protocolakkoord van 19 oktober 2015.

Wat uw vraag over de uitval betreft, in 2017 werd het Groenboek, getiteld "Naar een geïntegreerde oplossing voor de stagecapaciteit, financiering van stage en kwaliteitsbewaking" voorgesteld aan de Hoge Raad voor Geneesheren-Specialisten en Huisartsen. Het kwam er naar aanleiding van de verhoogde instroom van de professionele stage naar aanleiding van de dubbele cohorte.

Ik kan u niet zeggen hoeveel vragen ik heb gekregen in verband met de dubbele cohorte. Om daaraan tegemoet te komen, hebben wij het Groenboek opgesteld. Ik denk dat dit een goede zaak was. Die dubbele cohorte ontstond in 2018, toen de promovendi van de 7- en de 6-jarige basisopleiding instroomden.

Op dit moment wordt op basis van data van de FOD en de Gemeenschappen financiering toegekend aan stagemeesters die een ASO of meer in opleiding hebben. Die regeling is van toepassing voor 2016 tot en met 2018 voor stages in algemene ziekenhuizen.

Vanaf 2019 geldt de regeling ook voor de stages in de universitaire ziekenhuizen. Dit is mogelijk gemaakt door de toevoeging van de middelen van het universitaire onderdeel van het budget van financiële middelen, B9, bedoeld voor de opleiding.

Ik merk op dat het budget voor opleiding van artsen-specialisten meer dan verdubbeld is sinds de realisatie van het Groenboek. Voor de verdere realisatie van het Groenboek wordt er gewerkt aan nieuwe concepten rond de evaluatie van de kwaliteit van de stages. Daarvoor zal allicht nieuwe wetgeving nodig zijn. Deze wordt momenteel voorbereid door de experten van de FOD. De ASO's vragen ook een bemiddelingsfunctie.

 

Frieda Gijbels: Mevrouw de minister, op het eerste gezicht valt het aantal afhakende stagiairs misschien mee, maar er zijn ook cijfers bekend over het hoge aantal burn-outs en het hoge aantal werkuren bij stagiairs en het gebrek aan arbeidsvreugde en motivatie dat zij nog uit hun werk halen.

Wij moeten dat heel goed opvolgen, omdat die mensen natuurlijk dagelijks in contact staan met patiënten, waarbij het empathisch vermogen heel belangrijk blijft. Het is dus zeer welkom om de kwaliteit van de stages op te volgen en een bemiddelingsfunctie in te voeren.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is