Tandzorg wordt duurder. Een opiniestuk.

Door Frieda Gijbels op 11 februari 2020, over deze onderwerpen: Tandheelkunde

Er is al een tijd een probleem tussen de tandartsen en de overheid. De tandartsen vinden dat de tarieven die ze mogen aanreken te laag zijn. De overheid heeft maar een beperkt budget voor mondzorg, waardoor er weinig manoeuvreerruimte is om de honoraria op te trekken. Om de zoveel tijd moeten de tandartsen en ziekenfondsen een overeenkomst zien te bereiken over wat wordt terugbetaald en aan welk tarief. Het vorige akkoord werd maar door nipt voldoende tandartsen (60%) goedgekeurd. Dat wil zeggen dat deze tandartsen bereid waren om zich te conventioneren en zich dus zich aan de voorgestelde  “officiële” tarieven houden. 

Dit wil dus ook zeggen dat een flink deel van de tandartsen had beslist om zich niet te conventioneren en dus zelf hun tarieven bepalen. En daar ze hebben hun redenen voor. Meestal vinden ze dat de officiële tarieven niet zijn aangepast aan de hedendaagse normen qua materiaalgebruik en hygiënische voorwaarden. Voor de patiënt kan dat onzekerheid met zich meebrengen, omdat ze in principe niet weten wat de tandarts zal aanrekenen. Nu kan ik uit mijn eigen ervaring, als tandarts-parodontoloog, wel zeggen dat het niet meer dan normaal is dat je als tandarts je patiënt goed informeert over de behandeling die nodig is, en dat je op zijn minst een goede indicatie geeft van wat de behandeling zal kosten.

Dat neemt niet weg dat voor mensen uit de laagste inkomensklassen, een  tandartsbezoek eventueel niet evident kan zijn. Voor veel behandelingen (bv. parodontale zorgen) bestaat er immers geen of maar een zeer beperkte terugbetaling. Recente cijfers (FOD Sociale Zaken) laten zien dat bij de laagste inkomens 1 persoon op 10 een tandartsbezoek uitstelt om financiële redenen. Dit is bij tandzorg meer uitgesproken dan bij andere medische zorg. 

Ongeveer een week geleden werd er een nieuw akkoord gesloten tussen tandartsen en ziekenfondsen. Dit was met veel moeite tot stand gekomen. Omdat men bang was om geen akkoord te bereiken, werd er uiteindelijk beslist om de tarieven voor bepaalde behandelingen op te trekken. Het straffe aan die hele zaak was, dat de overheid niet navenant méér zou tussenkomen, maar dat die inspanning enkel door de patiënt zou worden gedragen. 

En dat wringt toch behoorlijk, vooral als je bedenkt dat het aandeel dat een Belgische patiënt “out of the pocket” moet betalen sowieso al niet gering is. De rol van de ziekenfondsen is daarin dubbel te noemen, of op zijn minst dubieus. In theorie ga je ervan uit dat ziekenfondsen willen dat hun leden zo goed mogelijk bediend worden, dus dat de terugbetaling redelijk is. Maar omdat ziekenfondsen hoe langer hoe meer ook aanvullende verzekeringen aanbieden, schuilt er ook een opportuniteit in een minder goede terugbetaling door de verplichte ziekteverzekering. Reden te meer namelijk om hun leden een aanvullende verzekering onder de neus te schuiven. Wat dus slecht uitvalt bij de verplichte verzekering, kan worden opgevangen met een andere verzekering. En het is elke keer het lid / de patiënt die het gelag betaalt. 

Op die manier is er ook geen enkele incentive voor het ziekenfonds om het systeem van de verplichte verzekering te willen evalueren of te herzien. In feite zouden alle tandheelkundige prestaties echter eens tegen het licht moeten worden gehouden. 

Ten eerste is het belangrijk dat er eindelijk eens een kostprijsanalyse gebeurt van de verschillende tandheelkundige behandelingen, die bij voorkeur om de paar jaar wordt bijgestuurd. De tarieven van nu zijn immers afgestemd op de manier waarop behandelingen vroeger gebeurden en houden geen rekening met nieuwe materialen en technieken.

Nog belangrijker is dat preventie een veel centralere rol krijgt binnen het mondzorgbeleid. Het is immers afdoende bewezen dat elke euro die wordt geïnvesteerd in preventie, 3 euro bespaart in de zorg. Een goed preventief beleid, met voldoende nadruk op een dagelijkse goede mondhygiëne en op de verantwoordelijkheid van de patiënt zelf, kan veel problemen voorkomen. En net deze preventieve handelingen worden stiefmoederlijk behandeld in de mondzorg.  Inzetten op preventie zorgt echter voor minder behandelingen (tanden trekken, cariës behandelen, wortelkanaalbehandelingen, …), waardoor er ook budget kan vrijkomen voor complexere behandelingen, die dan weer volgens de nieuwste voorwaarden qua materialen en hygiënemaatregelen kunnen worden uitgevoerd. 

Maar voor een nieuw mondzorg- en preventiebeleid, waarbij noch de patiënt, noch de tandarts zich bedrogen voelen, zal een grote omwenteling nodig zijn. Alle betrokkenen moeten mee. De overheid, de patiënt, de tandartsen, de ziekenfondsen. En wat die laatste betreft: zou het niet beter zijn wanneer aanvullende verzekeringen losgekoppeld werden van de ziekenfondsen die ook de verplichte verzekering regelen? Het zou hen alleszins meer doen focussen op hun essentie, namelijk hun rol als ombudsman voor hun leden, waarbij het belang van die leden centraal staat.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is