Update cijfers vaccinatiebereidheid - Mondelinge vraag aan minister Vandenbroucke

Door Frieda Gijbels op 7 april 2021, over deze onderwerpen: coronavirus (SARS-CoV-2) en COVID-19, Volksgezondheid
Vaccinatie

30 maart 2021: ingediende mondelinge vraag tijdens het actualiteitsdebat over COVID-19 in de commissie Volksgezondheid.

Mijnheer de minister,

De vaccinatiestrategie gaat een volgende fase in met de vaccinatie van een grotere bevolkingsgroep, zijnde 85-plussers, 65-plussers en mensen met onderliggende gezondheidsproblemen. Daarnaast heeft de recente ongerustheid over de relatie tussen het AstraZeneca vaccin en zeldzame trombose de vaccinatiebereidheid geen goed gedaan, aldus professor gezondheidspsychologie Stephan Van den Broucke (UCL) in Het Laatste Nieuws (15/03). De laatste cijfers over de vaccinatiebereidheid dateren van december 2020. 

Vandaar deze vragen: 

  • Heeft u een recente update en dus meer actuele cijfers wat betreft de vaccinatiebereidheid in ons land en in het bijzonder inzake de cijfers in de onderscheiden sociale bevolkingsgroepen en/of beroepsgroepen? Kan u  hierbij tevens een opdeling maken naargelang de  provincies en regio’s? 
  • Welke initiatieven worden er momenteel genomen om de vaccinatiebereidheid te vergroten en de angsten weg te nemen? Welke staan er nog op til? En m.b.t. het herstel van het vertrouwen in het AstraZeneca vaccin en het mitigeren van het mogelijke ‘nocebo’-effect in het bijzonder?

Met dank voor uw antwoorden,

Frieda Gijbels

01.15 Minister Frank Vandenbroucke:

Voor de vaccinatiebereidheid kan ik het best verwijzen naar de zesde COVID-19-gezondheidsenquête, die op 26 maart is afgesloten en waarin de balans opgemaakt wordt van één jaar leven met het coronavirus. Er werd ook gepeild naar de mening van de deelnemers over vaccinatie. Ter herinnering, aan de vorige enquêtes hebben meer dan 30.000 mensen deelgenomen. De gegevens van de zesde enquête zouden in april beschikbaar moeten zijn. Parallel daaraan vonden tussen september 2020 en februari 2021 verschillende afzonderlijke enquêtes plaats over de houding van de Belgische huisartsen ten opzichte van vaccinatie, door de VUB, Le Journal du Médecin en Sciensano. Dealgemene opinie is positief. Meer dan 90 % van de huisartsen wil zich laten vaccineren en raadt ook de patiënten aan dat te doen. Tussen eind 2020 en februari 2021 werd bij de huisartsen een positieve trend waargenomen, wat de aanvaarding van het vaccin betreft. In opdracht van het coronacommissariaat voert de UAntwerpen al een tijd de Grote Coronastudie uit op het nationale niveau. De resultaten die op 9 februari gepubliceerd werden, tonen dat de vaccinatiebereidheid hoog blijft. Onder de ruim 20.000 respondenten zegt 84 % zich waarschijnlijk of zeker te zullen laten vaccineren. De helft van de twijfelaars gaf aan dat hun twijfel gerelateerd is aan het specifieke vaccin dat zij zouden krijgen. De belangrijkste reden om zich te laten vaccineren is zelf niet ziek worden, voor 79 % van die mensen, maar dat is wel sterk leeftijdsafhankelijk. Het is veel belangrijker voor ouderen dan voor jonge respondenten. Ook een rol kunnen spelen in de maatschappij, versoepelingen mogelijk maken, bij 75 % van de respondenten, het beschermen van kwetsbaren in de eigen omgeving, bij 66 %, en zelf meer vrijheid krijgen, voor 55 %, zijn belangrijke redenen om een prikje te laten zetten. Verder voerde de UAntwerpen op vraag van het Commissariaat een enquête uit naar de vaccinatiebereidheid, specifiek in Franstalig België, eind januari, begin februari. Daaruit bleek dat 59 % van de respondenten zich laat vaccineren, 21 % twijfelt, 20 % zegt zich niet te laten vaccineren. De twijfelaars en weigeraars maken zich vooral zorgen over de veiligheid van de vaccins. UAntwerpen voert nu een meer diepgaande meting uit naar het profiel en de motieven van de twijfelaars. Die data zullen na de paasvakantie beschikbaar zijn. De overheden passen hun communicatiestrategie aan op basis van dergelijke resultaten. Wij informeren de mensen over de veiligheid en de werkzaamheid van de vaccins via de klassieke mediakanalen. Ook de zorgverleners van de eerste lijn worden door de taskforce aangemoedigd en ondersteund om hun patiënten correcte info te verschaffen. De deelstaten zijn ook actief op de sociale media. Verder wordt er ook materiaal gemaakt dat aangepast is aan elke doelgroep, ook bijvoorbeeld rekening houdend met de sociaal-economische stratificatie van de bevolking.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is